Niets ruikt zo verleidelijk als een zelfgebakken snack op een rustige weekenddag. En als u die snack ook nog eens helemaal zelf maakt, krijgt die eerste hap iets bijzonders. Deze ambachtelijke frikandellen zijn misschien even een klusje, maar het resultaat is warm, kruidig en verrassend goed.
Waarom zelf frikandellen maken zo leuk is
Een frikandel uit de winkel kennen we allemaal. Maar zelf maken geeft een heel ander gevoel. U ziet precies wat erin gaat. U ruikt de specerijen terwijl ze loskomen in de pan. En u bepaalt zelf hoe stevig, kruidig en sappig de snack wordt.
Dat maakt dit recept juist zo aantrekkelijk voor een weekend. U hoeft niet alles in één keer perfect te doen. Het mag rustig. Het mag ook een beetje rommelig zijn. Als het eindresultaat maar lekker is.
Wat u nodig heeft voor ongeveer 5 frikandellen
Voor dit recept gebruikt u vrij eenvoudige ingrediënten. Het geheim zit niet in dure producten, maar in de juiste combinatie en goede temperatuur.
- 225 gram kipgehakt
- 100 gram schouderkarbonade
- 65 gram spekblokjes
- 35 gram paneermeel
- 3 liter runderbouillon
- 75 milliliter ijskoud water
- 1 eetlepel zonnebloemolie
- 3 theelepels zwarte peper
- 2 theelepels komijnzaad
- 2 theelepels zout
- 1 theelepel gemalen koriander
- 1 theelepel uienpoeder
- 1 theelepel mosterdzaad
- 1/2 theelepel gemalen kruidnagel
- 1/2 theelepel cayennepeper
- 1/2 theelepel nootmuskaat
- vershoudfolie
- keukenpapier
Heeft u een keukenmachine en een spuitzak met een spuitmond van ongeveer 2 centimeter? Dan wordt het werk een stuk makkelijker.
Zo maakt u de kruidenmix
De smaak begint hier. Verhit eerst de zonnebloemolie in een kleine koekenpan. Doe daarna het komijnzaad en mosterdzaad in de pan en rooster die ongeveer 30 seconden. U ruikt meteen dat er iets verandert. Het wordt warmer, dieper en voller van geur.
Voeg dan de zwarte peper, koriander, kruidnagel, nootmuskaat, uienpoeder en cayennepeper toe. Laat dat nog enkele seconden meeroosteren. Meng alles daarna met het zout en laat de kruidenmix afkoelen. Zo voorkomt u dat het vlees straks te warm wordt tijdens het malen.
Het vlees fijnmaken en mengen
Snijd de schouderkarbonade fijn. Zorg ervoor dat het vlees goed koud is. Nog liever net onder het vriespunt. Dat klinkt misschien streng, maar het helpt echt. Koud vlees laat zich beter malen en geeft een stevigere structuur.
Doe vervolgens het kipgehakt, de schouderkarbonade en de spekblokjes samen met het paneermeel, het ijskoude water en de kruidenmix in de keukenmachine. Maal alles tot een smeerbare massa. Het mengsel moet glad zijn, maar niet droog.
Twijfelt u over de smaak? Bak dan een klein beetje van het mengsel in een pan en proef even. Dat is een slimme stap. Zo kunt u nog wat extra peper, zout of nootmuskaat toevoegen als dat nodig is.
De frikandellen vormen
Schep het mengsel in een spuitzak met een brede spuitmond. Spuit porties van ongeveer 100 gram op vershoudfolie. Vorm er lange worsten van, ongeveer 2 centimeter dik en 18 centimeter lang. Dat hoeft niet perfect recht te zijn. Een beetje ambachtelijk mag juist best.
Rol de folie strak op en draai de uiteinden stevig dicht. Zo krijgt u de bekende frikandellenvorm. Wilt u extra mooie, strakke frikandellen? Leg de rollen dan even in de vriezer tot ze net stevig zijn. Dat helpt bij het garen.
Garen in bouillon en daarna bakken
Breng de runderbouillon op temperatuur tot ongeveer 70 graden. Gebruik bij voorkeur een kernthermometer, want de temperatuur is belangrijk. De bouillon mag niet koken. Een rustige garing zorgt voor een mooie, gelijkmatige structuur.
Laat de frikandellen voorzichtig uit de folie in de bouillon glijden. Gaar ze ongeveer 15 minuten. Haal ze daarna voorzichtig uit de bouillon en dep ze droog met keukenpapier. Wilt u ze nog gladder en strakker? Rol ze opnieuw in folie en laat ze volledig afkoelen in de koelkast of in een bak met ijswater.
Verhit daarna frituurvet tot 180 graden. Frituur de frikandellen in ongeveer 4 minuten goudbruin en krokant. Dat moment is altijd het leukst. U ziet ze veranderen van zacht en bleek naar stevig en mooi bruin.
Handige tips voor een beter resultaat
Een zelfgemaakte frikandel vraagt wat geduld. Maar dat betaalt zich terug. Werk altijd koud. Als het mengsel te warm wordt, verliest het sneller zijn mooie structuur. Zet ook de bouillon en folie alvast klaar, zodat u rustig kunt werken.
Maak niet meteen een enorme hoeveelheid. Vijf stuks is een fijne portie om mee te oefenen. Daarna weet u precies waar u de volgende keer op wilt letten. Misschien wat pittiger. Misschien juist zachter. Dat is het leuke aan zelf maken.
Zo serveert u ze het lekkerst
Een ambachtelijke frikandel is heerlijk met mayonaise, curry of speciaal. Maar ook simpel met wat friet en een frisse salade doet wonderen. Serveer ze direct na het frituren. Dan zijn ze op hun best: warm, stevig en vol smaak.
Dit is zo’n recept dat u niet snel vergeet. Het kost wat aandacht, maar het geeft ook veel voldoening. En eerlijk is eerlijk: zelfgemaakte frikandellen smaken op een luie weekendmiddag net wat specialer dan uit de snackbar.










