Er zijn van die ovenschotels waar u al blij van wordt als u ze ruikt. Deze macaronischotel met kaas en ham is precies zo’n gerecht. Romig, hartig en met dat fijne krokante korstje waar bijna iedereen nog een extra opscheplepel voor pakt.
Waarom deze macaronischotel zo geliefd is
Het mooie aan dit gerecht is de eenvoud. U heeft geen bijzondere ingrediënten nodig en toch smaakt het alsof u er veel langer mee bezig bent geweest. De zachte saus, de zoute ham en de goudbruine kaas maken samen iets dat warm en vertrouwd voelt.
En eerlijk is eerlijk, dit is ook zo’n recept dat u op drukke dagen redt. Na een lange werkdag wilt u iets dat vult, troost geeft en weinig gedoe vraagt. Deze ovenschotel doet precies dat.
Ingrediënten voor 4 personen
Voor een goede, volle smaak heeft u het volgende nodig:
- 300 gram macaroni
- 250 gram ham
- 200 gram geraspte belegen kaas
- 50 gram bloem
- 40 gram boter
- 300 milliliter melk
- 200 milliliter kookroom
- 1 ui
- 1 teentje knoflook
- 1 theelepel oregano
- 1 theelepel gerookt paprikapoeder
- peper naar smaak
- een beetje boter of olie voor de ovenschaal
Wilt u liever een vegetarische macaronischotel maken? Laat de ham dan weg. U kunt eventueel extra groenten toevoegen, zoals broccoli, courgette of prei.
Zo maakt u de macaronischotel
Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet een ruime ovenschaal in met een klein beetje boter of olie. Zo plakt straks niets vast en krijgt u makkelijker een mooie portie op uw bord.
Kook de macaroni in ruim water met een snuf zout volgens de verpakking. Giet de pasta af en laat deze even uitstomen. Dat kleine moment helpt om de schotel straks niet te nat te maken.
Pel ondertussen de ui en snipper deze fijn. Snijd de knoflook klein en snijd de ham in blokjes van ongeveer 1 centimeter. Zo verdeelt alles zich straks mooi door de schotel.
Zet een steelpan op middelhoog vuur en laat de boter smelten. Voeg de ui, knoflook, oregano en het gerookte paprikapoeder toe. Fruit dit ongeveer 2 minuten. De geur alleen al maakt hongerig.
Strooi de bloem bij het botermengsel en roer ongeveer 1 minuut goed door. Dit is belangrijk. Zo gaart de bloem en krijgt uw saus geen meelachtige smaak.
Schenk daarna beetje bij beetje de melk en de kookroom in de pan. Blijf goed roeren met een garde, zodat de saus glad wordt. Laat de saus ongeveer 3 minuten zachtjes indikken.
Haal de pan van het vuur en roer driekwart van de geraspte kaas door de warme saus. De kaas smelt langzaam weg en maakt de saus heerlijk romig. Breng op smaak met wat peper.
Meng de gekookte macaroni in de ovenschaal met de blokjes ham. Giet de kaassaus eroverheen en roer alles kort door. Strooi de rest van de kaas bovenop voor dat goudbruine korstje waar u op hoopt.
Schuif de schaal in het midden van de oven en bak de schotel in ongeveer 15 minuten goudbruin en krokant. Als de bovenkant licht bubbelt en mooi kleur krijgt, weet u genoeg.
Handige tips voor extra smaak
Deze schotel is al heerlijk zoals hij is, maar u kunt hem makkelijk een eigen draai geven. Voeg bijvoorbeeld wat mosterd toe aan de saus voor een lichte pit. Of rasp een klein beetje nootmuskaat erdoor als u van een warmere, diepere smaak houdt.
Wilt u meer groente? Meng dan 200 gram broccoli, erwten of prei door de macaroni. Zo wordt het gerecht iets frisser en ook wat lichter. Dat is handig als u wat meer balans op tafel wilt.
Waarop u moet letten voor het beste resultaat
De saus mag dik zijn, maar niet te stevig. Als hij te zwaar wordt, kan de schotel droog aanvoelen na het bakken. Voeg in dat geval een klein scheutje melk toe.
Gebruik ook liever geen te zoute kaas en ham samen, tenzij u van een krachtige smaak houdt. Belegen kaas geeft vaak precies genoeg pit zonder te overheersen.
Een ander slim detail: laat de macaroni na het koken even uitlekken. Te veel vocht in de pasta kan de hele schotel waterig maken. En dat wilt u natuurlijk niet.
Serveren en bewaren
Serveer de macaronischotel direct uit de oven, liefst met een simpele salade erbij. Iets fris naast al die romige kaas maakt het geheel net wat lichter. Een kom komkommersalade of wat tomaatjes werkt al heel goed.
Heeft u over? Bewaar de rest in de koelkast in een afgesloten bak. De volgende dag smaakt dit gerecht vaak nog net iets voller. U kunt het rustig weer opwarmen in de oven of magnetron.
Waarom dit recept vaak terugkomt op tafel
Het is niet alleen lekker. Het is ook een beetje nostalgisch. Veel mensen denken bij dit soort ovenschotels meteen aan thuis, aan een doordeweekse avond, aan iets warms na een drukke dag.
En misschien is dat precies de reden waarom dit gerecht zo goed werkt. Het vraagt niet om gedoe, maar geeft wel veel terug. Een volle smaak, een zachte saus en een krokant laagje bovenop. Meer heeft u soms eigenlijk niet nodig.










